Oefentoets 9 van 10 · Tijden door elkaar

Oefentoets 9

8 gemengde oefeningen met alle werkwoordstijden door elkaar.

Over deze oefentoets

Opnieuw 8 zinnen met de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, het voltooid deelwoord en het onvoltooid deelwoord door elkaar. Er staat geen label bij — gebruik de signaalwoorden in de zin. Twijfel je? Kijk dan nog eens naar het overzicht in oefentoets 1.

Gemengde tijden

Opdracht 1

Bepaal steeds aan de hand van de zin zelf welke vorm nodig is.

1. Meestal (lopen) hij naar school.

2. Elke week (sporten) wij samen.

3. Gisteren (kopen) ik nieuwe schoenen.

4. Vroeger (zingen) mijn moeder in een koor.

5. Hij heeft zijn fiets net (repareren).

6. Ik ben nog nooit zo snel (rennen).

7. (giechelen) verstopten de meisjes zich.

8. Ze stond (dromen) voor het raam.

Hoe zeker voel je je over dit onderdeel?