Over deze oefentoets
Opnieuw 8 zinnen met de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, het voltooid deelwoord en het onvoltooid deelwoord door elkaar. Er staat geen label bij — gebruik de signaalwoorden in de zin. Twijfel je? Kijk dan nog eens naar het overzicht in oefentoets 1.
Gemengde tijden
Opdracht 1Bepaal steeds aan de hand van de zin zelf welke vorm nodig is.
1. Vandaag (bakken) oma weer appeltaart.
2. Op dit moment (slapen) de baby.
3. Vorige maand (verhuizen) zij naar een ander huis.
4. Toen (huilen) de baby de hele nacht.
5. Ik heb het antwoord eindelijk (begrijpen).
6. Wij hebben de tent al (opzetten).
7. (zwaaien) nam ze afscheid.
8. Hij kwam (rennen) de klas binnen.
Hoe zeker voel je je over dit onderdeel?