Wat is werkwoordspelling precies?

Werkwoordspelling gaat over hoe je werkwoorden op de juiste manier schrijft, afhankelijk van het onderwerp en de tijd van de zin. Denk aan de keuze tussen ‘hij loopt’ en ‘hij loop’, of tussen ‘ik fietste’ en ‘ik fietsde’. Het is een vast onderdeel van het Nederlandse taalonderwijs vanaf ongeveer groep 6.

Waarom is werkwoordspelling zo lastig?

Werkwoordspelling volgt eigen regels die soms anders zijn dan de ‘gewone’ spellingregels die je bij andere woorden leert. Bovendien moet je meestal eerst een paar tussenstappen zetten — zoals de persoonsvorm en de stam bepalen — voordat je de juiste regel kunt toepassen. Met veel oefening wordt dat een automatisme.

Voor welke groepen en klassen is deze site geschikt?

De site is opgebouwd voor leerlingen vanaf groep 6 van de basisschool tot en met het voortgezet onderwijs. De lessen tegenwoordige tijd vormen de basis; de lessen verleden tijd en voltooid deelwoord bouwen daarop voort en zijn net iets uitdagender.

Moet ik de lessen in een vaste volgorde doorlopen?

Dat raden we wel aan, zeker bij de eerste keer: elke les bouwt voort op de vorige. Ken je de basis al goed? Dan kun je ook gericht naar een enkel onderdeel springen via het menu, of meteen naar de gemengde oefentoetsen gaan.

Wat is het verschil tussen de persoonsvorm en de stam?

De persoonsvorm is het werkwoord in de zin dat verandert met het onderwerp; je vindt hem door de zin vragend te maken. De stam is wat je overhoudt als je de -en van het hele werkwoord afhaalt, en is de basis waarmee je de ik-vorm en de persoonsvorm opbouwt. Beide onderwerpen komen uitgebreid aan bod in de lessenreeks tegenwoordige tijd.

Wat betekent ’t kofschip?

’t Kofschip is een ezelsbrug: een verzameling medeklinkers (t, k, f, s, ch, p) die je helpt kiezen tussen -te(n) en -de(n) in de verleden tijd, en tussen -t en -d bij het voltooid deelwoord. Eindigt de stam van het werkwoord op een van die letters, dan gebruik je de ’t-vorm; anders de d-vorm. Zie de les De ’t kofschip-regel.

Sluiten de uitleg en oefeningen aan bij de methode op school?

De regels die op deze site staan, zijn de standaardregels van de Nederlandse werkwoordspelling zoals die op vrijwel elke basisschool en middelbare school worden onderwezen, ongeacht de gebruikte taalmethode. De precieze volgorde en terminologie kan per methode iets verschillen, maar de kern van de regels is overal hetzelfde.

Is deze site ook geschikt als voorbereiding op de Cito-toets of IEP-toets?

Ja. Werkwoordspelling is een vast onderdeel van veel landelijke taal- en spellingtoetsen. Door de uitleg en de oefentoetsen te oefenen, herhaal je precies de vaardigheden die bij dat soort toetsen worden getoetst.

Kost het gebruik van deze site geld?

Nee, alle uitleg en oefeningen op werkwoorden.leestrainer.nl zijn gratis te gebruiken.

Moet ik een account aanmaken?

Nee. Je kunt direct aan de slag. Je voortgang en zelfinschatting worden lokaal in je eigen browser onthouden, zodat je bij een volgend bezoek op dezelfde computer kunt zien welke lessen je al geoefend hebt. Wissel je van apparaat of browser, dan begin je met een schone lei.

Werkt de site ook goed op een tablet of telefoon?

Ja, de site is volledig responsief gebouwd en werkt op desktop, tablet en telefoon.

Wat is het verschil tussen leestrainer.nl en werkwoorden.leestrainer.nl?

leestrainer.nl richt zich op verschillende vakken, waaronder begrijpend lezen en leesvaardigheid. werkwoorden.leestrainer.nl is een zusterproject dat zich specifiek richt op werkwoordspelling — een ander, maar vaak net zo lastig onderdeel van taalvaardigheid.

Wat is een bijvoeglijk gebruikt deelwoord?

Een voltooid deelwoord (zoals ‘gekapt’) of een onvoltooid deelwoord (zoals ‘dansend’) kan ook gebruikt worden als bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord: ‘de gekapte bomen’, ‘het dansende meisje’. Dat heeft eigen spellingregels, die je vindt bij de route Bijvoeglijk gebruikt deelwoord. Dit onderdeel is bedoeld voor leerlingen die de basis van persoonsvormen en voltooid deelwoorden al goed beheersen.

Wat is het verschil tussen de oefentoetsen bij een route en de oefentoetsen bij ‘Tijden door elkaar’?

De oefentoetsen bij Tegenwoordige tijd, Verleden en voltooide tijd en Bijvoeglijk gebruikt deelwoord combineren regels dóór elkaar, maar wel steeds binnen dezelfde route. Bij Tijden door elkaar lopen juist alle routes zelf door elkaar heen: je moet dus ook herkennen óf het om de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, het voltooid deelwoord of het onvoltooid deelwoord gaat — er staat geen label bij.

Ik heb een fout gevonden of een suggestie. Waar kan ik dit melden?

Heel fijn dat je meedenkt! Stuur een e-mail naar info@leestrainer.nl met een omschrijving van de pagina en de fout of suggestie. We bekijken elke melding.