Wat is de gebiedende wijs?
Gebruik je een werkwoord om iemand een opdracht, instructie of verzoek te geven, dan noemen we dat de gebiedende wijs. Denk aan: Kom binnen!, Loop niet zo hard!, Doe de deur dicht.
De vorm: altijd de ik-vorm
Bij de gebiedende wijs gebruik je altijd de ik-vorm van het werkwoord — het maakt niet uit of je het tegen één persoon of tegen een hele groep zegt.
Loop niet zo hard! (tegen één persoon, en ook tegen een hele klas)
Kom binnen!
Wacht even op mij!
Ook al richt je de opdracht tot meerdere mensen (‘jullie’), toch gebruik je de ik-vorm: Kom allemaal binnen! — niet ‘komen jullie allemaal binnen’.
Zijn is een uitzondering
Het werkwoord zijn heeft in de gebiedende wijs een heel eigen vorm: wees. Je zegt dus niet ‘ben stil’, maar:
Wees stil!
Wees voorzichtig met dat mes.
Welke vorm is goed?
Opdracht 1Kies de juiste gebiedende wijs.
1. A: Loop niet zo hard! B: Loopt niet zo hard!
2. A: Wacht even op mij. B: Wachten even op mij.
3. A: Ben stil in de bibliotheek. B: Wees stil in de bibliotheek.
4. A: Kom allemaal binnen! B: Komen allemaal binnen!
5. A: Doet je jas aan. B: Doe je jas aan.
Schrijf de gebiedende wijs
Opdracht 2Zet het werkwoord tussen haakjes om in de gebiedende wijs.
1. (luisteren) goed naar de uitleg!
2. (zijn) voorzichtig op de gladde stoep.
3. (opruimen) je kamer voor het eten.
4. (stoppen) daar onmiddellijk mee!
5. (wachten) buiten tot de bel gaat.