Weet je nog? Het voltooid deelwoord
Een voltooid deelwoord (VD) geeft aan dat iets gebeurd is: het is ‘voltooid’, oftewel klaar. Een voltooid deelwoord begint vaak met be-, ge- of ver- (en soms met her- of ont-).
De houthakker heeft de bomen gekapt.
Bijvoeglijk gebruikt VD
Een voltooid deelwoord kan ook gebruikt worden als bijvoeglijk naamwoord, direct vóór een zelfstandig naamwoord:
Op de bosweg liggen gekapte bomen.
Dan spreken we van een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord.
In een zin kan een voltooid deelwoord gebruikt worden als bijvoeglijk naamwoord, vóór een zelfstandig naamwoord.
Klik op het bijvoeglijk gebruikte VD
Opdracht 1Klik in elke zin op het bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord.
1.Jegerepareerdefietsstaatklaar.
2.Ikverteleenverzonnenverhaal.
3.Latenwehetverlichtepadnemen.
4.Degeplantebomengroeiengoed.
5.Jufkijktdeingeleverdewerkstukkenna.
6.Depasgewassenbabyruiktlekker.