Over deze oefentoets
Opnieuw 8 zinnen met de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, het voltooid deelwoord en het onvoltooid deelwoord door elkaar. Er staat geen label bij — gebruik de signaalwoorden in de zin. Twijfel je? Kijk dan nog eens naar het overzicht in oefentoets 1.
Gemengde tijden
Opdracht 1Bepaal steeds aan de hand van de zin zelf welke vorm nodig is.
1. Nu (praten) de meester met de directeur.
2. Altijd (zorgen) zij goed voor haar planten.
3. Laatst (vergeten) hij zijn huiswerk.
4. Vorige week (helpen) wij bij de verhuizing.
5. Zij heeft die film al drie keer (zien).
6. Zij is nog nooit zo boos (zijn).
7. Opa vertelde (glimlachen) over vroeger.
8. (huppelen) liep het meisje naar school.
Hoe zeker voel je je over dit onderdeel?