Oefentoets 7 van 10 · Tijden door elkaar

Oefentoets 7

8 gemengde oefeningen met alle werkwoordstijden door elkaar.

Over deze oefentoets

Opnieuw 8 zinnen met de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, het voltooid deelwoord en het onvoltooid deelwoord door elkaar. Er staat geen label bij — gebruik de signaalwoorden in de zin. Twijfel je? Kijk dan nog eens naar het overzicht in oefentoets 1.

Gemengde tijden

Opdracht 1

Bepaal steeds aan de hand van de zin zelf welke vorm nodig is.

1. Meestal (kunnen) wij dat prima zelf.

2. Vandaag (mogen) jullie een uur langer buiten spelen.

3. Vroeger (moeten) ik altijd op tijd thuis zijn.

4. Gisteren (vinden) ik een oude foto op zolder.

5. Heeft hij dat verhaal al eens (horen)?

6. De trein is net (vertrekken).

7. (proesten) zette ze haar kopje neer.

8. Hij liep (geeuwen) naar bed.

Hoe zeker voel je je over dit onderdeel?