Over deze oefentoets
Opnieuw 8 zinnen met de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, het voltooid deelwoord en het onvoltooid deelwoord door elkaar. Er staat geen label bij — gebruik de signaalwoorden in de zin. Twijfel je? Kijk dan nog eens naar het overzicht in oefentoets 1.
Gemengde tijden
Opdracht 1Bepaal steeds aan de hand van de zin zelf welke vorm nodig is.
1. Elke ochtend (rennen) zij een rondje door het park.
2. Op dit moment (regenen) het hard.
3. Vorig jaar (winnen) ons team het kampioenschap.
4. Toen (schrikken) iedereen enorm.
5. Ik heb die serie al helemaal (uitkijken).
6. Wij zijn net (aankomen) op de camping.
7. (fluiten) stak ze de straat over.
8. Opa zat (breien) een sjaal voor de winter.
Hoe zeker voel je je over dit onderdeel?