Over deze oefentoets
Opnieuw 8 zinnen met de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, het voltooid deelwoord en het onvoltooid deelwoord door elkaar. Er staat geen label bij — gebruik de signaalwoorden in de zin. Twijfel je? Kijk dan nog eens naar het overzicht in oefentoets 1.
Gemengde tijden
Opdracht 1Bepaal steeds aan de hand van de zin zelf welke vorm nodig is.
1. Altijd (helpen) hij zijn buren.
2. Nu (koken) mijn vader het avondeten.
3. Jaren geleden (bouwen) mijn overgrootvader dit huis.
4. Eergisteren (zien) we een prachtige zonsondergang.
5. Wij hebben het huis al (schilderen).
6. Hij is eindelijk (genezen) van zijn griep.
7. (peinzen) staarde hij uit het raam.
8. Ze liep (mompelen) door de gang.
Hoe zeker voel je je over dit onderdeel?