Over deze oefentoets
Opnieuw 8 zinnen met de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, het voltooid deelwoord en het onvoltooid deelwoord door elkaar. Er staat geen label bij — gebruik de signaalwoorden in de zin. Twijfel je? Kijk dan nog eens naar het overzicht in oefentoets 1.
Gemengde tijden
Opdracht 1Bepaal steeds aan de hand van de zin zelf welke vorm nodig is.
1. Vandaag (voelen) ik me stukken beter.
2. Tegenwoordig (fietsen) steeds meer mensen naar hun werk.
3. Gisteravond (bellen) zij twee uur met haar vriendin.
4. Laatst (breken) hij zijn arm tijdens het voetballen.
5. Ik ben ooit in Rome (zijn).
6. Zij heeft haar sleutels net (vinden).
7. (grinniken) las ze het grappige bericht.
8. De kinderen kwamen (juichen) de klas binnen.