Oefentoets 4 van 5 · Bijvoeglijk gebruikt deelwoord

Oefentoets 4

Alle regels over bijvoeglijk gebruikte deelwoorden door elkaar geoefend.

Over deze oefentoets

Bij elk woord staat tussen haakjes of je het voltooid deelwoord (VD) of het onvoltooid deelwoord (OD) nodig hebt, en of dat woord bijvoeglijk gebruikt wordt. Bepaal steeds welke regel van toepassing is.

Tip

Twijfel je? Ga terug naar de bijbehorende les via het menu bovenaan de pagina.

Alle vormen door elkaar

Opdracht 1

Vul de ontbrekende woorden in.

1. We aten de (bakken, bijv. VD) koekjes helemaal op.

2. (fluisteren, OD) vertelde ze het geheim.

3. Ik liep door een (openen, bijv. VD) deur naar binnen.

4. Het (janken, OD) kind troostte zichzelf met een knuffel.

5. De winkel doet een (aanbieden, bijv. VD) korting op alle jassen.

6. (glunderen, OD) nam hij de prijs in ontvangst.

7. We schaatsten op de (bevriezen, bijv. VD) vijver.

8. Ze kreeg een (verrassen, bijv. OD) cadeautje van haar oma.

Hoe zeker voel je je over dit onderdeel?