Over deze oefentoets
Bij elk woord staat tussen haakjes of je het voltooid deelwoord (VD) of het onvoltooid deelwoord (OD) nodig hebt, en of dat woord bijvoeglijk gebruikt wordt. Bepaal steeds welke regel van toepassing is.
Twijfel je? Ga terug naar de bijbehorende les via het menu bovenaan de pagina.
Alle vormen door elkaar
Opdracht 1Vul de ontbrekende woorden in.
1. We aten de (bakken, bijv. VD) koekjes helemaal op.
2. (fluisteren, OD) vertelde ze het geheim.
3. Ik liep door een (openen, bijv. VD) deur naar binnen.
4. Het (janken, OD) kind troostte zichzelf met een knuffel.
5. De winkel doet een (aanbieden, bijv. VD) korting op alle jassen.
6. (glunderen, OD) nam hij de prijs in ontvangst.
7. We schaatsten op de (bevriezen, bijv. VD) vijver.
8. Ze kreeg een (verrassen, bijv. OD) cadeautje van haar oma.