Over deze oefentoets
Bij elk woord staat tussen haakjes of je het voltooid deelwoord (VD) of het onvoltooid deelwoord (OD) nodig hebt, en of dat woord bijvoeglijk gebruikt wordt. Bepaal steeds welke regel van toepassing is.
Twijfel je? Ga terug naar de bijbehorende les via het menu bovenaan de pagina.
Alle vormen door elkaar
Opdracht 1Vul de ontbrekende woorden in.
1. We wensen de (uitvallen, bijv. VD) juffen beterschap.
2. Door het (verblinden, bijv. OD) zonlicht zag ik de auto te laat.
3. De boer zaait sla op de (bemesten, bijv. VD) akker.
4. (liggen, OD) in de volle zon kun je snel verbranden.
5. Vanaf mei 1945 is Nederland een (bevrijden, bijv. VD) land.
6. De misdadiger kwam met een (stuiten, bijv. OD) verklaring.
7. We moeten ons aan de (maken, bijv. VD) afspraken houden.
8. De (starten, bijv. OD) motoren maakten een hoop herrie.