Over deze oefentoets
Bij elk woord staat tussen haakjes of je het voltooid deelwoord (VD) of het onvoltooid deelwoord (OD) nodig hebt, en of dat woord bijvoeglijk gebruikt wordt. Bepaal steeds welke regel van toepassing is.
Twijfel je? Ga terug naar de bijbehorende les via het menu bovenaan de pagina.
Alle vormen door elkaar
Opdracht 1Vul de ontbrekende woorden in.
1. We keken naar de (schilderen, bijv. VD) muur.
2. (grommen, OD) liep de hond weg.
3. Hij hield zich niet aan zijn (breken, bijv. VD) belofte.
4. Het (fladderen, OD) vaantje trok mijn aandacht.
5. We namen een kortere route over het (afsluiten, bijv. VD) weggetje.
6. (blozen, OD) bedankte ze voor het compliment.
7. We lazen de (bewerken, bijv. VD) tekst nog eens rustig door.
8. Na een (uitputten, bijv. OD) tocht kwamen we eindelijk aan.