Over deze oefentoets
Bij elk woord staat tussen haakjes of je het voltooid deelwoord (VD) of het onvoltooid deelwoord (OD) nodig hebt, en of dat woord bijvoeglijk gebruikt wordt. Bepaal steeds welke regel van toepassing is.
Twijfel je? Ga terug naar de bijbehorende les via het menu bovenaan de pagina.
Alle vormen door elkaar
Opdracht 1Vul de ontbrekende woorden in.
1. We zochten naar de (verliezen, bijv. VD) sleutelbos.
2. Gooi je (stinken, bijv. OD) sportkleding maar snel in de was!
3. (smeken, OD) om hulp klopte ze bij haar grootouders aan.
4. Je krijgt statiegeld voor de (leegdrinken, bijv. VD) beker.
5. Een (planten, bijv. VD) boompje groeit uit tot een boom.
6. (slapen, OD) op de bank hoorde hij ons niet binnenkomen.
7. De (hechten, bijv. VD) wond is nu aan het genezen.
8. Ze trapte op een (roesten, bijv. OD) spijkertje.