Over deze oefentoets
Deze oefentoets combineert opnieuw regels uit de hele lessenreeks, in een andere volgorde en met andere zinnen dan de vorige oefentoetsen. Zo blijf je alle regels herhalen — zwak en sterk, de ’t kofschip-regel, en de onregelmatige werkwoorden.
Twijfel je bij een item? Ga terug naar de bijbehorende les via het menu bovenaan de pagina en lees de uitleg nog eens rustig terug.
Gemengde verleden tijd en voltooid deelwoord
Opdracht 1Vul steeds de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.
1. Ik (fietsen) gisteren naar school.
2. Wij hebben het huis (verven).
3. Hij (lopen) gisteren een marathon.
4. Zij (zwemmen) elke ochtend een rondje.
5. Ik heb dat geluid al eens (horen).
6. Wij (zijn) gisteren nog op vakantie.
7. Ik (denken) dat je gelijk had.
8. Hij heeft de brief al (lezen).