Oefentoets 10 van 10 · Verleden en voltooide tijd

Oefentoets 10

Alle regels van de verleden en voltooide tijd door elkaar geoefend.

Over deze oefentoets

Deze oefentoets combineert opnieuw regels uit de hele lessenreeks, in een andere volgorde en met andere zinnen dan de vorige oefentoetsen. Zo blijf je alle regels herhalen — zwak en sterk, de ’t kofschip-regel, en de onregelmatige werkwoorden.

Tip

Twijfel je bij een item? Ga terug naar de bijbehorende les via het menu bovenaan de pagina en lees de uitleg nog eens rustig terug.

Gemengde verleden tijd en voltooid deelwoord

Opdracht 1

Vul steeds de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

1. Ik (dekken) de tafel voor het eten.

2. Wij hebben de hond (uitlaten).

3. Hij (slapen) de hele middag.

4. Zij (verhuizen) vorig jaar naar Rotterdam.

5. Ik heb het licht al (uitdoen).

6. Wij (vliegen) naar Spanje.

7. Ik (hebben) gisteren geen tijd.

8. Hij heeft die taal altijd goed (spreken).

Hoe zeker voel je je over dit onderdeel?