Over deze oefentoets
Opnieuw 8 zinnen met de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, het voltooid deelwoord en het onvoltooid deelwoord door elkaar. Er staat geen label bij — gebruik de signaalwoorden in de zin. Twijfel je? Kijk dan nog eens naar het overzicht in oefentoets 1.
Gemengde tijden
Opdracht 1Bepaal steeds aan de hand van de zin zelf welke vorm nodig is.
1. Nu (schijnen) de zon volop.
2. Elke avond (lezen) ik een hoofdstuk.
3. Gisteren (zwemmen) hij een uur lang.
4. Vorige zomer (reizen) wij door Italië.
5. Ik heb dat lied al honderd keer (horen).
6. Zij is net (vertrekken) naar school.
7. (fluiten) liep hij het park door.
8. Ze zat (breien) bij het raam.
Hoe zeker voel je je over dit onderdeel?