Over deze oefentoets
Deze oefentoets combineert opnieuw regels uit de hele lessenreeks, in een andere volgorde en met andere zinnen dan de vorige oefentoetsen. Zo blijf je alle regels herhalen — zwak en sterk, de ’t kofschip-regel, en de onregelmatige werkwoorden.
Twijfel je bij een item? Ga terug naar de bijbehorende les via het menu bovenaan de pagina en lees de uitleg nog eens rustig terug.
Gemengde verleden tijd en voltooid deelwoord
Opdracht 1Vul steeds de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.
1. Ik (leren) elke avond voor de toets.
2. Wij hebben de tent (opzetten).
3. Hij (dragen) een zware rugzak.
4. Zij (poetsen) haar schoenen.
5. Ik heb de wedstrijd (missen).
6. Wij (doen) ons best.
7. Ik (mogen) gisteren laat opblijven.
8. Hij heeft het antwoord goed (onthouden).